verslagen

 

Verslagen  door leden  over gehouden
lezingen, excursies en A L V

  • Eendenkooien in het Hollandse en Gelderse rivierengebied
  • Sporen in het landschap lezing 16 september 2016 door Dirk Oomen
  • Verslag gehouden excursie naar Woudrichem 18 juni 2016. Ineke Sahuleka en René Kennis
  • Verslag algemene ledenvergadering met lezing door Ineke Sahuleka.
  • Verslag Film avond Spijk en Vogelswerf 1n 1985 en 1986 door Han van der Hulst
  • Lezing en aftrap Stichting Eerbetoon Geallieerde vliegeniers Lingewaal
  • Teelt en verwerking van wilgenhout
  • Kastelen in het Gelders rivierengebied
  • Wandeling Broekwiel
  • Sterk water
  • Museumschool Johannes Post Rijsoord
  • Onthulling militair wachthuisje Zuiderlingedijk Vogelswerf (bron: waterschap Rivierenland)
  • Onthulling militair wachthuisje door Hugo Dill

Verslag lezing 18 november door Dhr. van Dijk

EENDENKOOIEN IN HET HOLLANDSE EN GELDERSE RIVIERENGEBIED

Eendenkooien waren van oorsprong in de 17e eeuw een broodwinning voor veel kooikers
die voedsel voor de bevolking opleverde

In de17E en 18E eeuw zijn er meer dan 1000 eendenkooien geweest in Nederland waarvan
er nu nog zo’n honderdtal over zijn. Een eendenkooi is een bijzonder natuurgebied dat geheel ingericht is voor het vangen van eenden. In het waterrijke Nederland zijn altijd veel verschillende soorten wilde eenden aanwezig waarvan de wintergasten uit het koudere noorden een groot aandeel vormen.

De Hollanders hebben in het verleden een unieke methode ontwikkeld om die eenden
te vangen en te zorgen voor een belangrijke bron van inkomsten.
Het kooikers vak is dan ook een zeer oud ambachtelijk bedrijf dat zo’n 400 jaar oud is.
In de Alblasserwaard zijn er meer dan 150 geweest maar ook in het westelijk deel van Gelderland in die gebieden waar het aan de ontwatering nog veel ontbrak zijn veel kooien geweest.

In deze presentatie werd ingegaan op het ontstaan, de ligging en de werking van deze bijzondere vanginrichtingen  en de belangrijke rol die de overgebleven kooien nog hebben in ons landschap.

De huidige geregistreerde eendenkooien en de restanten van kooien die nog over zijn vormen opvallende elementen in het Nederlandse landschap.
door middel van luchtfoto’s kan men zien hoe de eendenkooien werden ingericht met verschillende vangmethoden die vaak afhingen van de windrichting met 1,2,3 of 4 ingangen

Er wordt nog veel onderzoek gedaan voor wetenschappelijke doeleinden  d.m.v. het registreren en ringen waardoor de populatie goed in de gaten wordt gehouden

al met al een interessante lezing

 

Sporen in het landschap een  presentatie verzorgd  door Dhr. Dirk Oomen aan de hand van bijzondere vliegerfoto’s                           

16 september 2016

Al op de middelbare school was Oomen geïnteresseerd in het maken van foto’s met een vlieger vertelde hij en hij werd daarin door zijn broer op weg geholpen. Tijdens archeologische opgravingen maakte hij foto’s en daarop werden sporen zichtbaar die daarvoor niet zichtbaar waren. Tegenwoordig worden veel foto’s met drones gemaakt, Oomen verbeterde wel zijn materiaal, maar hij bleef met vliegers werken. Hij heeft diverse vliegers, hij had er twee bij zich, grote delta vliegers met flexibele buizen die met de wind meebuigen. De kantelbare, op afstand bedienbare, camera wordt aan draden omhoog gehesen en zo worden foto’s gemaakt in alle richtingen en hoeken, op 10 tot 100 m hoogte.

Oomen studeerde land- en watermanagement aan hogeschool Larenstein in Velp en daarna landschapsarchitectuur aan Wageningen universiteit. Het landschap raakt hem. Hij heeft nu zijn eigen landschapsontwerp bureau. Het landschap heeft een geschiedenis en vaak is dat nog zichtbaar. Door de foto’s en door te tekenen probeert hij te begrijpen wat hij ziet en hoe het tot stand is gekomen. Hij geniet van het samenspel van natuur en cultuur, probeert dat in zijn werk en ook aan ons te laten zien.

We zagen prachtige foto’s, van opgravingen met zichtbare resten van bewoning, van landschappen met herkenbare oude structuren, van oude en nieuwe waterlopen, kortom, heel veel en door de uitleg erbij ook heel interessant, want je zou het zelf nooit zo gezien hebben. O, en dat rietland en griend waarvan we dachten dat het de Diefdijk was, dat was de nieuwe Zuiderlingedijk bij Heukelum.

Voor wie er niet was, of wie meer wil zien, kijk op http://www.oomenlandschap.nl/vliegerfotos/

Verslag excursie Woudrichem met bezoek aan het
visserijmuseum 18 juni 2016

Door Ineke Sahuleka met foto’s van René Kennis

images (Mobile)IMG_7809 (Mobile)

We vertrokken om half tien met een select groepje, want sommigen gingen rechtstreeks naar Woudrichem. Na koffie en appeltaart in de pannenkoekenboot werd het gezelschap van 22 in twee groepen verdeeld. Onze groep ging eerst het museum in, de andere groep deed eerst de stadstoer.
Het Museum, dat is gevestigd op de bovenverdieping van het IMG_7817 (Mobile)arsenaal, is een gebouw waar vroeger wapens werden opgeslagen. Dat dat zwaar materiaal was kun je nog zien aan de constructie, o.a. in de hal zie je dat er heel zware balken vrij dicht tegen elkaar liggen voor de vloer van de bovenverdieping. Na kennismaking met de gids en een beetje “wie kent wie”, kregen we eerst een presentatie over Woudrichem en de visserij.

In 1356 worden stadsrechten verleend en de riviertol wordt naar Woudrichem verplaatst. De burgers kunnen nu zelf recht spreken en mede door andere voorrechten, zoals het visrecht uit 1362 – verleend door Dirk Loef van Horne, de opvolger van Willem V – komt de plaats tot bloei. De zoetwatervisserij werd steeds belangrijker en Woudrichem werd met Capelseveer bij Rotterdam de belangrijkste visafslag. Maar aan het begin van de twintigste eeuw werd het minder en in de jaren 50 verdween de visserij helemaal o.a. door vervuiling van de rivieren waardoor er weinig vis meer was.

IMG_7814 (Mobile)Daarna werden we door het museum geleid en kregen uitleg bij wat we zagen. Er werd hoofdzakelijk op trekvis gevist zoals, zalm, steur, fint, elft, houting, spiering, maar ook in mindere mate op o.a. paling, bot en witvis. Die werd o.a. uitgeoefend met drijfnetten, staande netten en fuiken, dat kenden we en dat de maaswijdte van de netten verband hield met de soort vis lag voor de hand. Maar kubben, repen, en zegens kende lang niet iedereen.

Voor het vangen van paling gebruikte men korven, (van eenjarig wilgenhout), fuiken (langwerpig met hoepels) en kubben (fuik zonder vleugels).Ook werd paling gevist met een reep, een lange lijn met korte dunnere lijntjes met haken.

Een zegen is een groot net, met drijvers aan de bovenkant en stenen aan de onderkant. Vanaf de oever werd een net in een grote ronde boog in het water uitgeroeid met een vissersschuit. Hierna werd een lijn aan de wal gebracht die aan de zegen was verbonden. Met een aantal vissers, of met een paard werd de zegen aan de wal getrokken. Bij gebrek aan een geschikte oever werd een klepvlot gebruikt, de zegen werd over een neergelaten gedeelte van het vlot opgehaald. Dan was er nog de galg, een uit Canada overgenomen wijze van zalmvisserij en rond 1900 in Nederland geïntroduceerd. De galg werd naar de juiste plaats in de rivier gebracht en de zegen werd door de vissers via een beweegbare brug in het midden aan boord gehaald.

zalmschouw (Mobile)Voor deze visserij werd de zalmschouw gebruikt. Een platbodem, ook wel drijverschuit genoemd, vroeger van hout, later van ijzer en tegenwoordig van staal. Geen motor, maar met zeil en roeiriemen. Als het roer en de zijzwaarden binnen boord waren gehaald kon het net worden opgehaald. De vis werd dan in de beun, een ruimte met water, bewaard tot er gelost kon worden.

 

De huik, een tentje van zeildoek over het open voorschip, is typerend voor de zalmschouw. Daar sliep de bemanning, drie tot vijf mannen die meestal een week onderweg waren. Er was een kastje waar brood werd bewaard en een kacheltje waar ze hun kostje kookten, meestal de goedkopere vissoorten die ze vingen. Tijdens het werk ging de huik plat en werd vaak de mast er op gelegd. De duurdere vissen waren geen volksvoedsel, het verhaal dat de dienstbode eiste om niet zo vaak zalm te hoeven eten is dus gewoon niet waar. Voor de netten was touw nodig, dat werd gemaakt in de touwslagerij. (touw slaan = touw een slag draaien).

Verder was er in het museum een smederij uit 1920. De machines werden via (gedraaide) banden en assen aangedreven door een elektromotor. Er was ook veel handgereedschap, bijzonder, in de vitrine, vond ik de gebreide wanten die de vissers gebruikten. Ze werden heel groot gebreid met twee duimen, altijd goed bij snel aantrekken, en dan gekookt tot ze gebruiksgroot waren Ze waren dan zo ver gekrompen dat ze bijna waterdicht waren.

De katoenen netten werden getaand. Vroeger gebruikte men hiervoor eikenschors, maar sinds de 19e eeuw wordt cachou gebruikt, een extract uit de bast van tropische bomen. Er was geen ketel groot genoeg en dus werd het net in een groot vat gedaan en met kokend water met cachou overgoten.

IMG_7829 (Mobile)Het museum is heel trots op het schilderij van een riviervisser, volgens de gids het enige in Nederland en in langdurig bruikleen van het Dordts museum.

Er worden kinderworkshops gegeven in netten en fuiken maken en er is tegenwoordig een zeilmakerij die geïnteresseerden uit het hele land trekt.

We kregen hier een heel interessant en leuk verhaal van iemand die er duidelijk plezier in heeft dit aan anderen over te brengen.

Na de lunch,- de meesten van onze groep streken neer bij “ ijs en spijs” op de eerstvolgende hoek voor een broodje of een kopje soep, en ander groepje ging naar “schering en inslag”- vertrokken we voor de stadswandeling en de andere groep ging nu het museum in.

De twee groepen kregen elk een andere route die in dit verslag is gecombineerd. Route groep 1: Museum, beeld Jan Claesen, Martinuskerk, vestingwal met “Beer””(oostzijde) uitzicht hist. haven, marechaussee kazerne, beeldje burgemeester, achterzijde oude postkantoor, waterpoort, visafslag, het huis van Jacoba van Beieren, gevangenpoort, Hoogstraat
Route groep 2: Museum, beeld Jan Claesen, Martinuskerk, exercitieplaats, pomp, stellingmolen, oude Landpoort, Spieringstraat, kath. kerk, Schapendam met ravelijn, de “beer” (westzijde), jachthaven met zalmschouwen, via de rijkswal naar de gevangenpoort

IMG_7841 (Mobile)Voor het arsenaal staat een beeldje van “Jan Claesen” trompetter in het leger van prins (waarschijnlijk Fredrik Hendrik). Zijn huis staat in Andel en is onlangs door de burgemeester feestelijk geopend, hij zou ook in Andel begraven zijn. (volgens Jos Korthout)

De Martinuskerk, een pseudo basilica kruiskerk, met haakse en overhoekse steunberen van de toren, dateert uit de vijftiende eeuw. In 1573 legden de geuzen een groot deel van Woudrichem in de as en alleen de kerkmuren stonden nog overeind. Door geldgebrek duurde het lang, maar In 1621 kwam de huidige laatgotische kerk, met renaissance medaillons met gebeeldhouwde koppen, gereed. De parkeerplaats achter het Arsenaal was vroeger exercitieplaats en er naast lag een oIMG_7852 (Mobile)ude stadsboerderij zodat men bij een beleg altijd voorzien was van melk en vlees. Er staat een pomp die gerestaureerd gaat worden en van hier zien we ook de molen, een stellingmolen voor het malen van graan die in 1682 op het bastion is gebouwd. Hij werd door de Duitsers opgeblazen en vlak bij de oorspronkelijke plaats herbouwd van 1990-1996. De molen is in bedrijf en er is ook een winkeltje met eigen producten.

We komen langs de plaats van de oude landpoort waar ook het vroegere molenaarshuis staat en we krijgen uitleg over de vesting. Door de strategische ligging werd Woudrichem regelmatig belegerd. Zo werd de stad door de Arkelsen en door de Geldersen overvallen. In 1572 koos Woudrichem de zijde van Willem van Oranje. In 1573 vonden de Geuzen dat de stad onverdedigbaar was en staken deze in brand. daarna werd er een vestinggordel gebouwd, ontworpen door Adriaen Antonisz. van Alkmaar. In 1814 kwam Woudrichem bij de Nieuwe Hollandse waterlinie, waardoor er niet meer buiten de poort mocht worden gebouwd vanwege vrije zichtlijnen, in 1815 werd in de dijk een sluis gebouwd waardoor het omliggende land zou kunnen worden geïnundeerd. Pas in 1926 werden de bepalingen versoepeld en eerst in 1955 werd de vesting opgeheven zodat ook buiten de wallen woonwijken ontstonden. Toen pas kon men nieuwe woonwijken buiten de vestingwallen aanleggen.

VREDE (Mobile)In de landstraat staat het huis van Jos, onze gids, met de vredesvlag.

In deze straat is ook een groot huis wat vroeger door vijf vissersfamilies (vaak meer dan 50 personen) werd bewoond.. In de Spieringstraat zijn vissershuizen nagebouwd, aan het eind is een zalmschouw op de zijgevel geverfd en de moderne huizen aan de Vissersdijk zijn wat aangepast aan de oude stijl door ze verschillend te verven, en de daken te scheiden met lijsten en anders gekleurde pannen

De katholiek kerk aan de Vissersdijk is een zgn. waterstaatskerk, gebouwd tussen 1824 en 1875 met financiële steun van de landelijke overheid . Ontwerp en bouw moest worden goedgekeurd door het ministerie van waterstaat. De kerk is gewijd aan Johannes Nepomuk, een heilige uit Bohemen, waar zoals bij alle heiligen veel verhalen over zijn. Nepomuk zou in 1393 de koning hebben geweigerd te vertellen of de koningin bij hem had gebiecht dat ze vreemd was gegaan. Hij werd afschuwelijk gefolterd en vanaf de Karelsbrug in de “Moldau” gegooid en verdronken. “Nadat men zijn rechter- en linkerzij zozeer verbrand had dat hij in feite al ten dode was opgeschreven, werd doctor Johannes, openlijk door de straten van de stad naar de Moldau gesleept. Terwijl zijn handen op zijn rug werden vastgemaakt, bond men hem – als ware hij een wagenwiel – met zijn hoofd aan zijn voeten; in zijn mond zette men een stuk hout rechtop zodat deze wreed werd opengescheurd.” Zo hebben ze hem naar beneden gegooid en verdronken. Het gruwelijk verminkte lichaam van de geestelijke zou ’s nachts zijn komen bovendrijven, omgeven door vijf blinkende sterren.
De toegestroomde mensen herkenden hun geliefde priester en predikant. Ze haalden hem uit het water, legden hem op de oever en droegen zijn lichaam onder rouwbeklag naar de domkerk. De koning gaf nog de opdracht het lijk op een onbekende plaats te begraven, maar er hing daar zo’n geur van heiligheid dat hij al snel werd ontdekt. Onder plechtig vertoon werd Johannes Nepomuk dan bijgezet in de Domkerk te Praag. Daar wordt hij sindsdien door de gelovigen vereerd en velen verkregen van hem uit de hemel het wonder waarom ze hem smeekten.

IMG_7880 (Mobile)Na dit fantastisch verhaal, gingen we naar de Schapendam. Daar wees Jos ons het Ravelijn, een eilandje in de verdediging wat vroeger met een ophaalbrug aan de stad was verbonden en de beer in de gracht, een muur die de stad tegen het vaak hoge rivierwater moest beschermen. De muur heeft een spitse rand, een ezelsrug, met daarop monniken om oversteken van de gracht door vijanden onmogelijk te maken. (we zien die beren ook bij het paardenwater in Gorkum en buiten de waterpoort) Hierna gingen we de steiger in de jachthaven op om de zalmschuiten te bekijken, maar daar wisten we inmiddels alles van. Via de Rijkswal en een verhaal over de Alversteigersteeg (alvers zijn kleine vissen die als aas werden gebruikt, maar vooral gevangen vanwege de guaninekristallen in de schubben die gebruikt werden bij de vervaardiging van kunstparels) kwamen we bij de Gevangenpoort de enige overgebleven “waterpoort” als onderdeel van de vestingwerken. De poort behoort bij de in 1580 aangelegde omwalling. Tegenover de poort zien we houten gebouwen, dat is omdat alles wat daar werd gebouwd ingeval van een belegering snel af te breken moest zijn. Bij de visafslag, – vissers moeten volgens oude visrechten IMG_7886 (Mobile)een gedeelte van de opbrengst, 10 %, als belasting aan de gemeente afstaan – zien we een bord met uitleg over waterhoogten bij Keulen, dat water is na twee dagen bij Woudrichem en die lijst wordt nog elke dag bijgehouden (door onze gids)

Even verderop zien we de gevangenpoort die momenteel wordt gerestaureerd en waarin een restaurant is gevestigd . Naast de gevangenpoort is het wapen van Woudrichem in de staat aangebracht. Twee ruggelingse zalmen op een schild wat met een koord aan een tak hangt. (wat misschien iets met Den Bosch te maken heeft?) Na de herindeling kreeg het gemeentewapen vijf kruisjes, voor de vijf kernen, boven de zalmen, maar tegenwoordig hebben gemeenten een logo en bij de nieuwe herindeling zal dat logo weer veranderen.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

’s Morgens liepen we vanaf het museum linksaf de rijkswal op en zagen we bij de uitkijkplaats de haven met zijn historische schepen . Daarna kwamen we langs de voormalige marechausseekazerne aan de rijkswal. De brigade werd uitgezet op 1 december 1822 en opgeheven op         1 maart 1943, na 1943 had het gebouw diverse bestemmingen en thans is het in gebruik genomen als woningen.

In de bocht van de rijkswal richting stadspoort staat het huis waar gedeeltelijk de Dr Tinus (Mobile)buitenopnames van de tv serie dokter Tinus worden opgenomen. De scènes binnen zijn niet in dit huis, maar in de studio opgenomen.

schoolmeestereven verderop staat ook het beeldje van burgemeester Verhagen, voormalig hoofdonderwijzer in Sliedrecht.
Deze was, voor die tijd, zeer sociaal betrokken bij de burgers.
Pieter (Peer) Verhagen was burgemeester van Woudrichem van 1903 tot 1925.

Het beeldje is ter gelegenheid van 650 jaar stadrechten Woudrichem aangeboden door de Stichting De Oude Vissershaven

We komen ook langs de achterkant het voormalig postkantoor waar een aantal jaren een hotel- restaurant was gevestigd, maar nu niet meer in gebruik is, en er troosteloos bij ligt.

We gaan rechtsaf door de stadspoort, waar je aan de zijkant de hoogwaterstanden in de loop der tijden kunt aflezen, het stadje weer in en komen langs de visafslag.

Naast het oude postkantoor, in de Molenstraat, staat het zgn. huis van IMG_7888 (Mobile)Jacoba van Beieren, een rijksmonument, overblijfsel van een gebouwencomplex van hoftoren, tolhuis en visbank uit de 14e eeuw, daarna als kruisherenklooster ingericht en na de hervorming toen hoftoren en vishal werden gesloopt als woonhuis gebruikt. In 17e, 18e en 20e eeuw verschillende malen gewijzigd en gerestaureerd in 1965.

Op weg naar het verzamelpunt kwamen we langs de Hoogstraat waar ook veel te zien was, maar waar geen tijd meer voor was.

Wel werd in de Kerkstraat de aandacht nog gevestigd op het huis waaruit de Joodse bewoners in WO ll. werden weggevoerd en waar men nu als herinnering zgn. stolpersteentjes in het trottoir wil leggen.

Maar we eindigden deze dag en de rondwandeling met aandacht voor de plaquette in de muur naast de gevangenpoort die in 2003 werd aangebracht. Naast het beroemde gedicht van Tollens staat een gedicht van Simon Vinkenoog, die sinds begin jaren 90 een veel en graag geziene gast was bij activiteiten van het literair café en in 1999 benoemd werd als stadsdichter.

IMG_7885 (Mobile)

Waar Maas en Waal te zamen spoelt            Het water dat oorlog en vrede overleeft,
En Gorkum rijst van ver,                                 van het begin tot aan het einde der tijden,
Daar heft zich op de linker zoom                   heeft geen weet van wat mensen beweegt:
En spiegelt zich in brede stroom                    hun licht in het duister doen schijnen
Een slot van eeuwen her

———————————————–

Verslag van de algemene ledenvergadering
gehouden op 22 april 2016

Door Ineke Sahuleka

De voorzitter opende de jaarlijkse ledenvergadering met een in memoriam voor Ruud Eikelenboom, de secretaris en medeoprichter van de vereniging, wan wie van we begin december afscheid moesten nemen. Hierna waren we even stil.

De vergadering, die redelijk werd bezocht, werd vlot afgehandeld. De vereniging bestaat 15 jaar en ter gelegenheid hiervan kregen de aanwezigen koffie en later op de avond een hapje en drankje. Vanwege het wegvallen van de secretaris, die enorm wordt gemist staan er geen verdere feestelijkheden op het programma. De aftredende bestuursleden werden opnieuw benoemd en Alexandra Dietzsch werd als nieuw bestuurslid verwelkomd. (misschien had zij aan de bestuurstafel genodigd moeten worden zodat iedereen kon zien wie zij was) De financiën waren niet helemaal duidelijk, de kascommissie kon er (nog) geen goedkeuring aan geven. De cijfers klopten wel en er werd benadrukt dat er zeker geen reden voor wantrouwen was, maar de kascommissie zag het graag anders. Er was enige discussie, maar besloten werd e.e.a. nog eens te bekijken en op een later tijdstip de leden melding te maken van de uitslag. In de pauze konden we het nieuwe Spijkerschrift ophalen en dat zag er weer mooi uit. Ook hierbij wordt Ruud node werd gemist, want vanwege zijn achtergrond als uitgever had hij verstand van deze zaken. Behalve de “normale” artikelen in dit Spijkerschrift veel aandacht voor Ruud met de toespraak van de voorzitter bij de uitvaart, een in memoriam van Peter en de kwartierstaat van de familie van Ruud. Hoewel Hanny Vreekamp ook in de redactie mee werkt lag de verantwoording voor deze uitgave volledig bij Peter de Jong, waarvoor hulde!

Na de pauze, was ons een lezing over de steenfabriek De Koornwaard beloofd met foto’s van de fabriek, aangevuld met beelden en mensen uit Spijk. Carlo de Bruyn bracht wat familie en bekenden mee en de zaal werd gezellig gevuld. Er moet wel ergens een miscommunicatie zijn geweest, want er was geen lezing over de steenfabriek. Carlo vertelde meteen bij aanvang dat hij alleen foto’s en geen verhaal had over de fabriek. Hij begon daarom met foto’s van vroeger, voornamelijk zijn eigen familie (Sterk) uit Vogelswerf, maar die is in Spijk ook bekend, omdat ze naar de Openbare school kwamen. Je moest overigens wel behoorlijk lang in Spijk wonen om de mensen te (her)kennen en misschien viel het sommigen tegen omdat ze speciaal voor de lezing naar de vergadering kwamen, maar voor velen was het een feest der herkenning. Er werd veel gelachen omdat Carlo de mensen niet bij de naam, maar bij de bijnaam noemde. Vroeger had namelijk bijna iedereen een bijnaam, je erfde hem van je vader/moeder of je kreeg er zelf een. We zagen o.a. foto’s van Dirk den Drol, Cor de Schrap, Willem Roetje, Rooie Gerrit, ook werd er gesproken over Marie de Vod en haar man Piet de Bil, Jo Tuut en Aai de Tetterere. Jos de Gele (om in de bijnamen te blijven) was er deze avond niet, hij vertelde op andere avonden vaak verhalen bij oude foto’s, maar we misten hem niet echt, want Carlo vertelde op dezelfde manier en zijn verhalen werden meteen beaamd en aangevuld door de aanwezigen. Er waren ook foto’s van mensen die een bepaalde gewoonte hadden en Carlo vertelde dan een verhaal zoals die man dat deed stotterend of alles twee keer zeggend. De foto’s van de Koornwaard, die ook nog werden getoond waren lang zo leuk niet, er waren (voor mij) weinig bekenden op te zien en over de gebruikte machines of de gang van zaken kon Carlo niets vertellen. Mooi dat er dan als afsluiting nog paar foto’s waren van Spijk uit dertiger, veertiger en vijftiger jaren van de twintigste eeuw. Sommigen wisten het zich te herinneren, anderen kenden het alleen uit de boekjes van Arie Sterk. Hoewel we niet de beloofde lezing kregen, was het naar mijn idee voor de meest aanwezigen een erg leuke avond.

Filmavond 11-03-2016

met ruim zestig zeer enthousiaste bezoekers was het dorpshuis goed gevuld.

de filmavond een jaar lang Spijk en Vogelswerf in jaar 1985 en 1986
door Han van der Hulst de afgelopen vrijdag 11 maart was dus een groot succes.

De onderwerpen die aan bod kwamen brachten veel oh’s en ah’s op
en uit de diverse reacties van de bezoekers was het dus inderdaad een
feest van herkenning.

Tijdens het vertonen van de film kwamen diverse namen naar voren
die niet vermeld werden in de film.

Tijdens de pauze en na het vertonen van de film bleven veel leden nog even na
en was het nog een gezellig samenzijn en werd er met veel enthousiasme over
de film gesproken.
Opmerking uit de zaal,
in het verleden werd gezegd “O daar heb je Han weer met zijn camera”
achteraf moeten we blij zijn dat hij dit unieke project heeft vastgelegd voor het nageslacht.

Ook de verkoop van een twintigtal dvd’s getuigd van veel belangstelling voor de film
voor diegene die nog een DVD aan willen schaffen dit kan bij Johan Rombout

tel. 0183-562242 of e-mail johan.rombout@hotmail.nl voor de prijs van € 10,=

Een bedankje aan Han voor het produceren voor dit in historische opzicht belangrijk document
voor Spijk en Vogelswerf is hier dus zeker op zijn plaats.

lezing en aftrap project EGVL

Veel belangstelling

Ruim 200 belangstellenden waren vrijdagavond 29 januari aanwezig in dorpshuis “De Koels” bij de aftrap van het project Eerbetoon Geallieerde Vliegeniers Lingewaal (EGVL). IMG_7219

Namens de Stichting in oprichting vertelde Marjan Pelle over de plannen die deze stichting wil gaan uitvoeren om de zes vliegeniers, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Lingewaal met hun vliegtuig zijn neergestort, te eren.

Zoals het plaatsen van informatieborden bij de locaties waar de vliegtuigen zijn neergestort en het uitzetten van een interactieve herinneringsroute langs die locaties, die de Stichting i.o. samen met Dwaalroutes gaat ontwikkelen.

Om de jeugd bij het project te betrekken is contact opgenomen met het Gelders Erfgoed om voor de digitale leerlijn “Reizen in de Tijd” een (bezoek)les over de vliegeniers te maken; deze les is dan door alle Gelderse basisscholen te gebruiken. Ook de forten (Kunstfort Asperen, Geofort Herwijnen en Fort Vuren) zijn gevraagd om medewerking aan het project te verlenen; door bijvoorbeeld als begin- of eindpunt van de route te fungeren. Ook zal bij het mogelijk vinden van grotere vliegtuigonderdelen, deze geplaatst kunnen worden bij de forten.IMG_7240

Na de aftrap luisterden de aanwezigen aandachtig naar de presentatie van de projectleider, Peter den Tek, over de zes vliegeniers en de vijf neergestorte vliegtuigen.

Boeiende verhalen over hun missies en hoe zij zijn neergestort of een noodlanding maakten op Lingewaals grondgebied.

Veel foto’s, officiële documenten, brieven, rapporten en luchtfoto’s werden tijdens de presentatie vertoond.

Ook diverse informatie van ooggetuigen, die voor dit project zijn geïnterviewd, werd in de presentatie meegenomen. 

De historische verenigingen van Herwijnen, Heukelum, Spijk-Vogelswerf en Vuren kijken terug op een geslaagde avond en goede aftrap van het project waarvan de ingebruikname van de herinneringsroute op 10 mei 2017 is gepland.

 

Dit project volgen kan via de website: www.egvl.nl

Of via Facebook: The Air War over Lingewaal / De Luchtoorlog boven Lingewaal

 

Verslag door Ruud Eikelenboom

Op 19 september jl. opende de vereniging  de lezingen cyclus met:

Arie van Dijk uit Papendrecht

foto

 

 die een verhaal hield met als titel

 “Teelt en verwerking van wilgenhout”

We hebben het over dit onderwerp wel eens eerder gehad, maar de heer Van Dijk bracht het weer helemaal nieuw met maar liefst 175 dia’s.

hij is bestuurslid van de Hist. Ver. West Alblasserwaard en heeft zich grondig verdiept in dit onderwerp.

 

Hij splitste zijn verhaal in drie delen:

  •  de snijteen, die hoofdzakelijk voor het maken van manden werd gebruikt,. Veel handwerk en export naar Engeland.
  • Dan de hakgrienden, waar zwaarder hout werd gekapt. Hier maakte men hoepen van, die men om de tonnen deed. Tonnen van klein tot groot, van haringvaatjes tot wijnfusten. In geschilde vorm het meest duurzaam.
  • Het derde hoofdstuk betrof zinkstukken voor kust- en oeververdediging. Eigenlijk nog de enige toepassing van wilgenhout van betekenis. Zelfs nu nog.
  • Rond 1915 had Nederland nog 15.000 hectare grienden. Nu is dat amper nog 7000 hectare. In de eerste helft van de vorige eeuw was de griendcultuur dan ook nog van grote economische betekenis.

 

Verslag door:

Ineke Sahuleka

KASTELEN IN HET GELDERS RIVIERENGEBIED

Lezing gehouden door: Dhr. van Ingen

Hij is zeer geïnteresseerd in streekgeschiedenis een ook een enthousiast amateur archeoloog. In de Overbetuwe, Neder Betuwe, Tielerwaard, Land van Buren, Land van Cuilenburg, Bommelerwaard en Land van Maas en Waal hebben zeer veel kastelen gestaan en daar wil hij ons deze avond iets over vertellen.

Vroeger waren er weinig wegen en veel transport ging over water. Bij rivieren en ander vaarwater stonden de kastelen op de grens van nat en droog, het kom gebeid was relatief nat en de oeverwal relatief droog, het kasteel stond daar veilig en strategisch aan het water om tol te heffen, maar ook bij doorgaande wegen stonden kastelen.

Er waren/zijn verschillende bouwvormen

* Ringwal burcht (in Denekamp, Oosterbeek, Uddel en Rhenen) Deze bestaan niet meer, maar zijn vaak in het landschap nog te
ontdekken.

* Motte = heuvel waarop kasteel wordt gebouwd (bv Ouden Haag in Zoelen)* Ronde burcht (Batenburg)

* Woontoren of donjon al dan niet gebouwd op een motte (Well, Bommelerwaard en huis Dever in Lisse)

* rechthoekig/vierkant kasteel (bv Muiderslot, Ammersooyen)

* Hoogteburcht gebouwd op natuurlijke hoogte (Valkhof in Nijmegen, ruïne Valkenburg en ruïne Lichtenberg in Maastricht)

Bouwmaterialen waren

* houten palissaden

* tufsteen (sedimentair gesteente van vulkanisch materiaal, relatief zacht en gemakkelijk te bewerken,
het werd gewonnen in fel en verscheept over Rijn en IJssel naar Utrecht en Deventer)

* baksteen (werd pas gebruikt vanaf het begin 13e eeuw toen het stenen bakker werd herontdekt.
Geen steenfabrieken zoals tegenwoordig, maar veldovens of meilers – grote tijdelijke ovens- in de buurt van de bouw)

Eigenaren en bewoners van deze kastelen

* landsheren (bv Roosendaal)

* zelfstandige graafschappen (Cuilenburg en Buren)

* bannerheren feodaal heer in hoge ridderlijke hiërarchie, beschikt over leenmannen die hem trouw en militaire  bijstand
verschuldigd zijn. (Batenburg)

* leden ridderschap Nijmegen (prestigieus college in republiek der verenigde Nederlanden waarin ridders verenigd waren)

* lokale adel en minesterialen (ministeriaal is persoon van onvrije afkomst aan wie een belangrijke post in bestuur of leger is
toevertrouwd. Vanaf de elfde eeuw is dit een aparte beroepsstand)

In goed gezelschap een bekend rijm van vroeger

Brederode de edelste             (Brederode in de buurt van Vianen)
Wassenaer de oudste             (geslacht van Wassenaer bestaat nog)
Egmond de rijkste                 (graaf van Buren)
Arkel de stoutste                    (stout = heldhaftig-krachtig)

Na deze algemene informatie toonde Van Ingen ruim 50 tekeningen van kastelen waarbij hij vaak veel informatie over geschiedenis en bewoners gaf. Een aantal beschrijvingen:

Eerst natuurlijk een paar plaatjes van het huis Spijk, ons allen welbekend. En het kasteel van de Arkels in Gorinchem. De Dzgn. Arkeltorentjes zijn goed te zien. Daarna een tekening van Roghman van het kasteel in Arkel. En een plaatje van een verkleedpartij op een studentenfeest in 1911 laat Robert en Jan van Arkel zien. Jan van Arkel gaf Rhenen de stadsmuur. In de ringwalburcht op de Grebbeberg lag een 17e eeuws jachtslot. Dit is overgroeid, maar als er belangstelling voor is wil Van Ingen hier wel eens een rondleiding geven, als je weet waar te zoeken is het duidelijk te zien namelijk.

Er was een Huis Ter Leede in Welstand bij Kesteren wat in de berichtgeving vaak wordt verwisseld met huis Ter Leede in Leerdam.

Kasteel Zoelen ziet er nog uit zoals 300 jaar geleden. De Rotterdamse verffabrikant Van Stolk woonde hier in het gebied waar de grondstof voor de verf, meekrap, werd verbouwd. Op De Koeckenburg te Rijswijk woonde de familie van Brakel, die later naar Ommen verhuisde waar een fonds werd opgezet voor de minder bedeelden.

Het kasteel De Weijenburg in Echteld was eigendom van de familie van Verschuer. De baron heeft het destijds voor een symbolisch bedrag verkocht aan de Gelderse kastelen. De weg van het kasteel naar het station werd het laantje naar parijs genoemd, omdat de freules vroeger graag en vaak naar Parijs gingen.

Dan was er het Huis Loenen in Loenen in de Betuwe. De eigenaar was Fabritius tot Leyenburg (Heukelum) deze heer doneerde tijdens de schoolstrijd veel geld om christelijke scholen te stichten in de streek.

Kasteel Doornenburg, bij de oorsprong van “onze” Linge, is in 44 gebombardeerd door de Engelsen. De eigenaar, Van Heek, van de textielfabrieken in Twente, liet het herbouwen en het is nu te bezoeken

Waardenburg of Hiern is van oorsprong een ronde burcht.

Van het oude kasteel van de Graafschap Buren, van Floris van Egmond, waarvan de funderingen zijn opgegraven, wordt gezegd dat het grootste kasteel in Nederland was.

Het kasteel Cuilenburg stond binnendijks aan de Lek en had een witte tufstenen toren.

(Cuilenburg was een vrijstad met eigen rechtspraak en als er werd gezegd, die is naar Cuilenburg betekende dat dat die persoon failliet was en gevlucht naar de stad waar ze hem niet konden arresteren)

Marienwaerd  in Beesd was vroeger een abdij onder de bisschop van Utrecht. na de reformatie werd het een adellijk huis

Loevestein, waar Maas en Waal te samen stroomt en Gorcum rijst van ver…..

Poederooyen, in 17e eeuw eigendom van Maarten van Rossum de Gelderse krijgsheer.

Over kasteel Ammersooyen gaat volgens van Ingen het verhaal dat de Belgische eigenaar in de 19e eeuw graag kaart speelde met de pastoor. Op een gegeven moment had hij niets meer in te zetten en speelde om zijn kasteel, wat door de pastoor werd gewonnen. daarna is er tot de tweede wereldoorlog een clarissenklooster in gevestigd geweest. In de oorlog is het kapot geschoten, na de oorlog is er een wasmachinefabriek in gevestigd geweest en daarna voor een symbolisch bedrag verkocht aan de Gelderse kastelen. Vanaf begin 70 er jaren werd het gerestaureerd, het is gemeentehuis geweest en sinds de herindeling wordt het gebruikt voor (trouw)feesten en evenementen.

In Appeltern stond een kasteel waarvan nog een stuk van het koetshuis staat. Hier woonde de familie Van der Capellen waarvan zoon Johan Derk beroemd is geworden. Van Ingen wilde ooit met een kennis dit koetshuis bezoeken, maar werd door de bewoner verwelkomd met een geweer in de aanslag. Na enige uitleg waren ze welkom en konden ze in het gebied rondkijken. (naschrift red. Onlangs werd in een uitzending over honderd jaar koninkrijk nog over hem gesproken en werd zijn standbeeld, in Parijs, bezocht. Van der Capellen is vooral relevant omdat hij op een nieuwe manier politiek bedreef. Hij bracht door zijn optreden de politiek dichter bij de burger. Zaken die normaal geheim waren werden door hem naar buiten gebracht. Hij ijverde voor de vrijheid van meningsuiting en drukpers. Hij legde de vinger op de zere plek. Van der Capellen zorgde ervoor dat de politieke discussie weer breed werd gevoerd, dat politiek weer ergens over ging)

Een verrassende en interessante lezing! Wie had ooit gedacht dat er zo veel kastelen geweest zijn? Maar zoals Van Ingen al zei en wij allen weten, Spijk ligt in een uithoek van het gebied en was dan weer Hollands, dan weer Gelders. Omdat hij geen of weinig informatie gaf over de 10 kastelen die Lingewaal ooit telde vindt u daar in een volgend Spijkerschrift een artikel over.

 

 Wandeling “Broekwiel en Lingebos” met de Historische Vereniging.

In ons verenigingsblad “Spijkerschrift” staat een uitnodiging voor een wandeling rondom de Broekwiel en het Lingebos. Van alle kanten is daar belangstelling voor. Ik word gevraagd mee te doen vanuit Asperen, mijn zus en zwager zijn ook lid van de Historische Vereniging.

Het mooie is dat er behalve uit Spijk ook deelnemers zijn uit Gorinchem, Arkel, Rhenen Leidschendam en Vuren. Allen enthousiast voor de historie van Spijk en Vogelswerf.

Vrijdag 06 juni was het verzamelen bij “de Uitspanning”. Het is een aardig gezelschap dat om 19.00 uur start om te horen en te zien wat de voorbereidingsgroep heeft te vertellen.

We beginnen met een paar gebouwen aan de Kweldijk, ook verdwenen panden worden genoemd. Onder andere huis en hooiberg van Herman van Es, boer aan de dijk. Zijn echtgenote was lang een trouwe bezoekster van de lezingen in Spijk. Aike “de Kurf” woonde in de bocht onderaan de dijk, de wandelaars haalden herinneringen op aan hem.

Het nieuwste watergemaal volgt daarna, bij hoogwater is dit gemaal nog in gebruik. Nog twee oude huisjes en dan stappen we het fiets- wandelpad op, dat is ons doel mooie natuur in de Spijkse polder bekijken en bewonderen.

Een prachtig stukje van ons kleine dorp, daar is ook historie uit de 2e Wereldoorlog bunkers die werden gebruikt om te schuilen, nu huizen er vleermuizen.

In het Lingebos zijn de bunkers begroeid met struiken en staan ze verscholen onder bomen.

Onze gidsen hebben zich goed voorbereid en weten veel te vertellen over dit gebied, wandelaars vullen soms aan met anekdotes uit het verleden. De route is bijzonder mooi , we blijven op de graspaden en genieten van de vergezichten.

We blijven de Spijkse kerktoren zien. De prachtige zomeravond, met volop zon geeft alles extra glans

Dan is het nog even spannend, over een smalle richel komen we bij een grote watermassa, daar is de grond uitgegraven en Henk de Jong vertelt over de bedoeling van deze plek, de oevers zijn schuin gemaakt, dat is voor waterberging een nieuwe methode om bij hoog water ruimte hebben voor afvoer het rivierwater. Goed om daar iets over te horen.

Terug over de smalle brug met de nodige hulp voor deze en gene van de groep.

We worden keurig begeleid door de twee mannen Johan Rombout en Henk de Jong. Langs een smalle wetering over een royale wandelweg lopen we verder op de zogenaamde Landscheidingsweg, het is onbekend wat de precieze betekenis is.

Het antwoord hierop komt nog.

Al lopende is het heel gezellig om met elkaar te praten en ontdekkingen te doen over onder andere familieverbanden.

Ondertussen zijn er fraaie foto’s te bewonderen van het traject wat we lopen.

We nemen de laatste bocht en komen weer in de buurt van de Kweldijk, na 2 uur onderweg te zijn is er veel behoefte aan koffie / thee, al kregen we onderweg wel een fris slokje, verzorgd door Henk.

Het eindpunt is bij Anneke en Jos Tromp, het overbekende adres voor drinken en wat lekkers, we krijgen drank van de uitspanning en de krakeling is een traktatie van de Vereniging.

Het was een zeer geslaagde, boeiende leerzame avond, met veel dank aan Johan Rombout en Henk de Jong Czn.

Riek Bras-de Jong, zus van de broers Henk, Peter en Hans de Jong

Gorinchem, 11 juni 2014

 

“STERK WATER”

een verslag van de lezing op 7 februari 2014 van Chris Will door Hanny Vreekamp

 

Wij wonen in een waterrijk gebied. Het is hier prachtig tussen de rivieren met zijn oude dijken en wijde blikken. Ook een streek die rijk is aan forten en groepsschuilplaatsen. Strategische militaire verdedigingswerken, die ons wijzen op een ander verleden. Overblijfselen uit de tijd, dat men dacht de vijand te slim af te kunnen zijn. Om daar meer over te weten te komen, organiseerde onze Historische vereniging op vrijdag 7 februari jl. een lezing over “De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie”.

De lezing werd verzorgd door Chris Will. (zie foto), een kunsthistoricus, die gespecialiseerd is in militaire architectuur. Momenteel is hij werkzaam bij het projectbureau “Nieuwe Hollandse Waterlinie”, waar men bezig is vanaf 2000 tot 2020, om de waterlinieforten te herontwikkelen. Aangezien het geld aldaar nu even op is vanwege de crisis, vertelde hij nu veel tijd te hebben voor zijn andere passie: het ontwikkelen van een Waterliniemuseum op Fort Vechten [nabij Bunnik]. Hij is daar conservator. De bedoeling is om dit jaar dit “Openlucht Museum” te openen.

Als je op de site www.fortvechten.nl/nationaal-waterliniemuseum kijkt en ziet het er veelbelovend uit. Een bezoekje aan die site is dus ook de moeite waard. Fort Vechten ligt in de oksel van de A27 en A12 en is een van de grotere forten, die rondom Utecht gelegen zijn. Een mooi fort met veel ongerepte plekjes en waar men een prachtige wandeling kan maken . Ook als het museum geopend wordt ergens in 2014 blijft dit fort gratis toegankelijk.

Onze gastconservator vertelde smakelijk over het ontstaan van de linie, de doelstelling en waarom de linie eigenlijk niet gedaan heeft waarvoor hij bedoeld was. De smalle strook dwars door het midden van Nederland, ongeveer 85 km lang en 5 km breed, was bedoeld als waterbarrière om vijandelijke troepen tegen te houden. Door het simpelweg onderwater zetten van polders trachtte men dit te bereiken. Hij vertelde over hoe het begon met de Oude Hollandse Waterlinie uit de 17e eeuw. Bedoeld om het economisch belangrijke Gewest Holland te beschermen tegen oprukkende Franse troepen. Na het rampjaar 1672 werd deze eerste Linie in sneltreinvaart aangelegd en vervolmaakt. De Wieringenschans en de toenmalige dijken waren echter zwakke plekken in de Oude Linie. Daarom kregen de forten torens en werden er ook sluizen bij betrokken. Vestingsteden, gelegen op strategische plaatsen in het landschap, kregen een verdedigingsring rondom. De heer Will vertelde ons over de noodzakelijke verbeteringen, ontwikkeld door belangrijke mannen als Jan Blanken en Cornelis Kraijenhoff. Zij kwamen met nieuwe plannen (eind 18e begin 19e eeuw), om de oude Linie te vernieuwen en nog verder te versterken.

Liep de Oude Hollandse Waterlinie van Muiden schuin naar beneden, om bij de Biesbosch te eindigen. De nieuwe Linie moest meer richting het oosten opgeschoven worden, om ook de stad Utrecht in te sluiten. De vijand kwam immers uit het Oosten en/of via de Betuwe. Op zee waren wij in die tijd “heer en meester”, dus van die kant viel geen gevaar te verwachten, zo dacht men. Utrecht, een belangrijke garnizoensstad, was van groot belang voor de militaire logistiek en diende derhalve beschermd te worden en bereikbaar te blijven. En zo geschiedde.

Tot 1940 is men bezig geweest om de Nieuwe Hollandse Waterlinie uit te breiden en te verbeteren. Veel heeft het niet opgeleverd; de beschermende functie, waarvoor hij bedoeld was, tot kniehoogte het land onder waterzetten om zo de vijand te weren, was achterhaald. Men vloog er in de 1e Wereldoorlog al gewoon overheen. Alleen voor zwaar materieel vormde de Linie nog een barrière. Maar dat was na 1940 ook achterhaald. De Duitsers hebben de Linie voor het laatst gebruikt in 1944. Zij staken in 1944 een dijk doorbij Woerden, om de geallieerden tegen te houden. In 1951 werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie officieel opgeheven. Wat rest zijn de vele fortificaties (40 grote en 20 kleinere). Fort Rhijnauwen is daarvan de grootste. Velen waren in handen van Defensie uiteraard, maar momenteel is Staatsbosbeheer de grootste forteigenaar. Typische vestingsteden sieren nog steeds ons landschap, waarvan Naarden de mooiste is. En dan de vele groepsschuilplaatsen langs onze dijken en de houten sluizen, waarbij de onlangs gerestaureerde Waaijersluizen te Asperen uniek zijn in de wereld. En dan is er ook nog 75 meter archief. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft onlangs de gehele Nieuwe Hollandse Waterlinie geïnventariseerd ivm gewenste plaatsing op de Unesco Wereld Erfgoed lijst. De Rijksdienst in Amersfoort gevestigd, heeft ook vele tekeningen en oude modellen in haar bezit. Gratis te bezichtigen (na afspraak).

Voor het restaureren en conserveren van dat alles heeft de overheid te maken met 5 provincies en 5 ministeries. Dat levert uiteraard problemen op. Een jaar of tien geleden heeft het toenmalige ministerie van VROM een studie laten doen naar de Linies. Er blijken er 45 te zijn in ons land. De bekendste zijn de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, maar ook de oude Romeinse Limes, de Stelling van Amsterdam (40 forten van slechte kwaliteit en één eiland: Pampus), de IJssellinie en de Grebbelinie zijn bekende begrippen in onze geschiedenis.

 

 

Museumschool Johannes Post te Rijsoord

d00r Hanny Vreekamp

Op stap met de Historische Vereniging Spijk en Vogelswerf!

Op zaterdag 13 juni was het zover. Het regende een beetje, maar met 23 personen viel de opkomst niet tegen. De jaarlijkse excursie voerde ons dit jaar vroeg in de ochtend naar Rijsoord. De activiteitencommissie bezocht eerder dit voorjaar [na een tip] het Museum Johannes Postschool. En dat bleek een goede bestemming voor het jaarlijkse uitstapje.

hanny 1

Een beetje onopvallend gelegen, aan de oude doorgaande weg naar Rotterdam, leek de omgeving niet direct een museale. Alleen het monument voor de school met de tekst: “Een volk dat zijn verdediging verwaarloost, zet zijn vrijheid op het spel”, deed vermoeden dat er in het verleden een belangrijke gebeurtenis moest hebben plaatsgevonden. Eenmaal binnen vielen we van de ene verbazing in de andere, maar daarover straks meer. Eerst was er een heerlijk kopje koffie met een taartje uiteraard en dat was een uitstekend begin. De heer Ad Los en mevrouw Moniek Ubaghs heette ons van harte welkom; we kregen tijdens de koffie te horen hoe het museum tot stand gekomen was en wat er te zien en te doen is.

hanny 2Ad Los, piloot van beroep en nu gepensioneerd, woonde aan de overkant. Hij zag het gebouw, na leegstand van jaren, van lieverlee verwaarlozen. Ongeveer 126 jaar geleden gesticht als Christelijke

Lagere school en later vormingsinstituut en ROC geworden, heeft het gebouw altijd een educatieve functie vervuld. De naam Johannes Post, een verzetstrijder uit Drenthe, is er na de oorlog als eerbetoon aan toegevoegd. En als je dan bekend bent met het feit, dat op 15 mei 1940 in één van de lokalen van deze school de capitulatie getekend werd door [voor Nederland] Generaal Winkelman, dan wil je dat die kennis niet verloren gaat. En dat was de missie van Ad Los. Hij wilde het educatieve karakter van het gebouw hoog houden. Al vroeg met pensioen gegaan, kon hij zich volop overgeven aan zijn uit de hand gelopen hobby.

Met inmiddels 10 vrijwilligers en zijn even enthousiaste echtgenote heeft hij dit museum vormgegeven. Allereerst is de inrichting van een klaslokaal, met historische figuren rondom het tekenen van de capitulatie, vorm gegeven en veilig gesteld. Als gedenkwaardig en geschiedkundig belangrijk feit. De locatie die gezocht werd destijds moest in de buurt van het gebombardeerde Rotterdam liggen en niet te ver van Utrecht, dat de volgende te bombarderen stad zou zijn [dreigement van de bezetter], als het tekenen onverhoopt niet door zou gaan. Het resultaat is een levensechte opstelling rondom een grote tafel, die een verpletterende indruk achter laat. Het geheel ademt een beklemmende sfeer uit.

Maar er is veel meer te zien en te doen. De samenhang van onze geschiedenis zichtbaar maken in de vele platen en opstellingen, de vele weetjes [vulkaanuitbarsting – onvoldoende graan – geen voer voor paarden – ontwikkeling van de fiets], het oude klaslokaal, waar wij [met moeite] plaats mochten nemen in de smalle bankjes [met gekalkte stroken raam aan de onderkant tegen afleiding], de tijdmachine [zeer geliefd bij onze leden] en het planetarium. Het is allemaal zeer de moeite waard. Veel historie is terug te zien in de inrichting, de vele verhalen en het nog steeds verzamelen van relevante items door betrokkenen. Zonder subsidie, maar met grote liefde voor onze geschiedenis.

 

 

Militair wachthuisje diefdijk Vogelswerf

 onthulling

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

militair wachthuisje Diefdijk in ere  ‘hersteld’

28 september 2015Op zaterdag 26 september 2015 was het voor Waterschap Rivierenland Dag van de Dijk. Er werd extra aandacht geschonken aan de dijkverbeteringsprojecten. Na een kanonschot is op de Zuiderlingedijk een militair wachthuisje in gebruik genomen. Dit kunstwerk markeert de plek waar de Nieuwe Hollandse Waterlinie de dijk verlaat en afbuigt naar het zuiden, in de richting van het Lingebos. Het is één van de gereconstrueerde objecten uit de tijd van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

“Versterking van de dijk om het hoge water tegen te houden is de hoofddoelstelling van het project ‘Verbetering Diefdijklinie”, aldus heemraad Goos den Hartog van Waterschap Rivierenland. “Dan denken we aan het aanbrengen van kwelschermen, damwanden en bermen. Daarnaast is nagedacht over en gewerkt aan de historische waarden en natuurwaarden in het gebied en over verbeteren van de verkeersveiligheid. Door deze verschillende doelstellingen en daarmee ook het grote aantal betrokken partijen is het project een complex project geworden. Goede communicatie met betrokken overheden, maatschappelijke organisaties en bewoners is hierbij belangrijk gebleken.”
Cultuurhistorie
Wethouder Griedo Bel van gemeente Lingewaal benadrukt vooral het cultuur-historische aspect van dit project: “In heel Lingewaal zijn schatten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie te vinden. Soms goed verstopt in het landschap, soms verdwenen in de loop der tijd. Ik ben erg blij dat dit wachthuisje in buurtschap Vogelswerf in ere is hersteld. Het draagt bij aan het zichtbaar maken van onze geschiedenis.” Dat vindt ook de gedeputeerde van provincie Gelderland, Josan Meijers: “Voor mij is de Nieuwe Hollandse Waterlinie met zijn lengte van 85 kilometer niet alleen Nederlands grootste Rijksmonument. Het is ook een mooi symbool van onze vindingrijkheid als het gaat om leven met water. Kijk naar de Diefdijk, een oude waterkering uit de 13e eeuw, die als onderdeel van de Diefdijklinie zo’n 125 jaar dienst heeft gedaan als verdedigingswapen tegen de vijand. Na de renovatie is het nu weer een dijk die ons optimaal beschermt tegen hoogwater. U ziet, water was 800 jaar geleden al een actueel thema, en is dat nog steeds.”

Bron: waterschap rivierenland

 

 

Opening Wachthuisje van NHW Batterij bij Vogelswerf

en

“Een half woord” over de culturele erfgoed uiterwaardgronden van Spijk en Vogelswerf.

door Hugo Dill

Zaterdag 26 september vond de officiële opening plaats van het wachthuisje bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) geschutsopstelling bij Vogelswerf, de “Battery Broekse Sluis”. Het wachthuisje is een kunstwerk van Eric Klarenbeek en Maartje Dros. De militair die het wachthuisje bemand is een concaaf silhouet. De openingswoorden werden gesproken door de Gelderse gedeputeerde Josan Meijers, WSRL heemraad Goos den Hartog en door Lingewaal wethouder Cultuur, Griedo Bel, die ook het startschot verrichtte.

Groepsschuilplaats (type P, 1940), stenen batterij schuilplaats en aarden batterij Broekse Sluis in restauratie

De aarden batterij, met een stenen groepsschuilplaats, ligt tegen het noordelijk talud van de Zuiderlingedijk bij Vogelswerf. De geschutsopstelling werd in 1901 aangelegd en diende ter verdediging van de Broekse Sluis. Een betonnen groepsschuilplaats werd in 1940 toegevoegd. De hoofdverdedigingslijn is na 1915 verplaatst. Voor die tijd werd de Tielerwaard tot aan de vestingstad Gorinchem geïnundeerd, daarna liep de scheiding tussen nat en droog tussen het gemaal Broekse Sluis aan de Zuiderlingedijk en Fort Vuren aan de Waal. Tussen de Linge en de Waal is geen sprake van grote dijken, zoals bij de Diefdijklinie. Er werd gebruikt gemaakt van lage kaden van de dorpspolders. Een deel van deze lage kaden, zoals tussen Zuiderlingedijk en Lingebos, resteert nog. Een NHW wandelpad wordt uiteindelijk doorgetrokken naar de Molenweg, die met een viaduct over de A15 gaat. Er zal dan weer een NHW verbinding zijn tussen de Waal en de Linge.

Klompenpadennetwerk Rivierenland; klompenpad Lingewaal

Het project betreft de aanleg van een netwerk van klompenpaden in Regio Rivierenland. Het klompenpad Lingewaal versterkt het bestaande wandelnetwerk en sluit aan op bestaande wandelroutes en op de paden langs tracés van de NHW. Lokale inwoners hebben de mogelijkheid wandelingen in het buitengebied te

 

maken en daardoor de eigen omgeving te (her)ontdekken qua landschap, gebruiken, ecologie en cultuurhistorie . De route in de gemeente Lingewaal zal een lengte hebben van 10 tot 15 kilometer.

Huidige NHW tracé van de Batterij bij Vogelswerf naar Fort Vuren en het Klompenpad bij Broekse Sluis

“Een Half Woord” van wethouder Cultuur, Griedo Bel

In zijn toespraak bij de opening van het Wachthuis kunstwerk bij Vogelswerf noemde de wethouder ook de ontwikkelingen rond het Culturele Erfgoed van de unieke culturen (alle met laag te hakken of maaien vegetaties) van de uiterwaardgronden aan de Zuiderlingedijk. Aandacht wordt gevraagd vanuit de Historische Vereniging voor de historiciteit van deze cultuurgronden, die het beeld, karakter en identiteit vormen van Spijk en Vogelswerf. Deze gronden zijn in eigendom van derden, de meeste van Staatsbosbeheer. Wanneer de – nu met wilde bomen verwilderende – culturen in originaliteit en volgens de actuele legenda worden onderhouden bieden zij niet alleen weer het zicht op deze culturen, maar ook weer het zicht op de Linge. De wethouder noemde – nog voorzichtig “met een half woord” – gemeentelijke erkenning van dit cultureel erfgoed van Spijk en Vogelswerf en gemeentelijke beheersplannen voor deze historische cultuurgronden.