verslagen

Verslagen  door leden  over gehouden
lezingen, excursies en A L V

Als u een verslag wilt lezen wat niet meer op deze pagina staat
kunt u die opvragen bij Piet Gerssen u krijgt deze dan via e-mail
thuis gestuurd, helaas zonder foto’s.

  • Verslag lezing Bruggen tussen Vianen en Gorcum en brugwachterverhalen
  • Verlag lezing Pracht of Prul 21-sept 2018
  • Verslag van de algemene ledenvergadering
  • 2017 door Ineke Sahuleka
    met lezing “Heel Holland Zakt” door Piet Wilms
    en verslag van de secretaris van de ledenvergadering
  • Eendenkooien in het Hollandse en Gelderse rivierengebied
  • Sporen in het landschap lezing 16 september 2016 door Dirk Oomen
  • Verslag gehouden excursie naar Woudrichem 18 juni 2016. Ineke Sahuleka en René Kennis
  • Verslag algemene ledenvergadering met lezing door Ineke Sahuleka.
  • Verslag Film avond Spijk en Vogelswerf 1n 1985 en 1986 door Han van der Hulst
  • Lezing en aftrap Stichting Eerbetoon Geallieerde vliegeniers Lingewaal
  • Teelt en verwerking van wilgenhout
  • Kastelen in het Gelders rivierengebied
  • Wandeling Broekwiel
  • Sterk water
  • Museumschool Johannes Post Rijsoord
  • Onthulling militair wachthuisje Zuiderlingedijk Vogelswerf (bron: waterschap Rivierenland)
  • Onthulling militair wachthuisje door Hugo Dill

Lezing vrijdag 23 november in de Lindehof te Spijk.
gehouden door Cebus en Rijneveld.

Met als onderwerp

Bruggen en  Sluizen tussen Vianen en Gorcum
en Brugwachter verhalen

In mijn jonge jaren moest ik altijd een brug over, om naar mijn middelbare school te fietsen. Het was één van de bruggen over de Vaartsche Rijn. Geen rivier, maar een van de oudste kanalen van Nederland, gegraven in de 12e eeuw en tot in de late jaren tachtig, een hele belangrijke vervoersader door Utrecht. Gelegen tussen de Catharijne Singel en naar het zuiden toe richting de Lek gegraven.

Natuurlijk zat er in de vroege jaren zestig dagelijks nog een heuse brugwachter in een hokje met veel glas op de hoek van deze brug en werden brugwachter en brug [ook door mij] nog weleens gebruikt als excuus. Dan was ie open of dicht, net hoe men het in het toenmalige taalgebruik gewend was te zeggen. En jammer voor ons, maar het werd door de schoolleiding niet altijd als geldig excuus gezien

Kranenschip brug Meerkerk

Brugwachters waren in mijn ogen destijds belangrijke mensen; zagen er ook indrukwekkend uit; donker uniform met strepen en een forse pet met klep. En je kreeg nog weleens een uitbrander, als je toch probeerde snel nog onder de dalende bomen te fietsen. “Onze” brugwachter drukte op een knop, of draaide aan een hendel in zijn hokje. Geen zware arbeid. Maar na de lezing van vanavond, weet ik, dat brugwachters soms behoorlijke zware arbeid moesten verrichten.

 

Henk Rijneveld, een voormalige brug- en sluiswachter en Jet Sebus, een gedreven organisatie en informatie adviseur uit de Randstad, werden verwelkomd door onze voorzitter. De lezing zou ons een beeld verschaffen van de vele bruggen en sluizen tussen Vianen en Gorinchem. We maakten met z’n allen een denkbeeldige reis over een deel van het Merwedekanaal. Een belangrijke water vervoersader, die het Amsterdam-Rijnkanaal in Utrecht met de Boven-Merwede in Gorinchem verbindt.

Veel toehoorders waren er niet en dat was heel jammer. De activiteitencommissie doet zijn best om boeiende onderwerpen te kiezen voor de lezingen van de HVSV. Daar zijn ze vrijdag de 23e zeker in geslaagd. De lezing was boeiend, de verhalen beeldend en smakelijk, soms hilarisch en gaven een goed beeld van hoe het er vroeger aan toe ging naast en op de brug.

 

Mevrouw Sebus is werkzaam geweest bij de Overheid en in die hoedanigheid in aanraking gekomen met brug- en sluiswachters. Zij hoorden zoveel verhalen van de waterkant en vond dat hier iets mee gedaan moest worden. Zeker gezien de huidige en andere invulling van het werk. Het is immers een verdwijnend beroep in de zuivere zin van het woord. De wachters op de brug zijn verdwenen. Hoewel het woord nog wel bestaat, is het niet meer wat het was. De hokjes naast de brug [als die er nog staan] zijn tegenwoordig leeg; alles wordt op afstand bestuurd. Het systeem is geautomatiseerd en er kunnen daardoor meerdere bruggen tegelijk bediend worden. Van alle bijzondere verhalen en anekdotes heeft Jet Sebus een boek samengesteld: “BRUGWACHTERSVERHALEN”. En zo is ook de lezing over voormalige brug- en sluiswachters geboren. Henk vertelde en Jet las voor.

Henk Rijneveld was zo’n brugwachter. Hij vertelde smakelijk over “zijn” bruggen. Over de diverse soorten bruggen: zo zijn er bascule bruggen, ophaalbruggen, draaibruggen, vlotbruggen, hoorden we. Hij vertelde, dat de vele spectaculaire draaibruggen specifiek zijn voor het Merwedekanaal; dat dit zwaar werken was met een enorme slinger en daarom soms met z’n tweeën moest; vandaar dat er altijd twee gaten in de brug zaten. We kregen daarvan ook nog een aardige demonstratie te zien, met pet op.

Hij vertelde dat er altijd veel toezicht was en weinig werkers, verhoudingsgewijs. Verschil moest er zijn immers? Daarin is heden ten dage weinig veranderd. Hij vertelde ook dat sommige brugwachters “de brug erbij deden”. En hij vertelde over het smeren van de eigen brug, met een bootje onder de brug. Over de vlaggen [rood en groen], die belangrijk waren voor de schippers, maar ook dat er getoeterd werd door de brugwachter, om aandacht te trekken. Hoeveel slagen het kostte, om de sluisdeuren te openen [80], hoorden we en dat er dan ook nog een fikse wandeling bij hoorde. Dat de schepen [vroeger op zeil] soms 3 dagen moesten wachten. Maar ook dat de brug- en sluiswachters vroeger de waterstanden moest doorgeven. Hij vertelde over de bijzondere namen van de vele bruggen en hoe gehecht de omgeving aan die namen was. Dat de Kranenschipbrug [die op bootjes lag], toen hij gesloopt werd, de Tranenschipbrug genoemd werd. Over de hiërarchie onder de sluiswachters [van knecht tot sluismeester], maar ook over de solidariteit onderling. Van het belang van het potloodje voor het turfbriefje en de windgevoeligheid van sommige bruggen. Vroeger was windkracht 11 de grens, om een brug te openen. Tegenwoordig houdt men windkracht 7 aan. Dat er bij elke sluis een balkenloods was, om de sluisdeuren [bij hoog water] te kunnen sluiten; die balken werden vervolgens waterdicht gemaakt met koeienpoep. En ook dat er altijd een reserve slagboom lag bij elke brug, want die sneuvelden nog weleens. De brugwachter, die altijd in een roulatieschema werkten, wilde ook weleens op een sluis zitten. En daarna moesten de sluiswachters ook “de brug op”. Veel minder spectaculair uiteraard. Ook lag er altijd vlakbij de brug een reserve slagboom, want die sneuvelden nog weleens.

Kortom, heel veel feiten en smakelijke verhalen rondom een boeiend thema en ook nog eens geïllustreerd met aardige beelden. Een gemiste kans voor de afwezigen.

Hanny Vreekamp
foto’s René Kennis en internet

Pracht of Prul               21 september 2018

verslag door Ineke Sahuleka

Nadat de aanwezigen hun eigen Pracht of Prul hadden neergezet en de voorzitter iedereen welkom heette, gaf hij snel het woord aan Peter Schipper uit Tiel die hier al vaker een leuk verhaal vertelde.

Schipper begon met uitleg over de titel, iedereen spreekt over Kunst en Kitsch, maar die term mag hij niet gebruiken, dat is voorbehouden aan het tv programma, vandaar de naam Pracht of Prul.

Hij was jaren werkzaam in het westelijk rivierengebied en was conservator van het Elizabethmuseum in Culemborg, het Flipje museum in Tiel en het Maarten van Rossumhuis in Zaltbommel. Daar is overigens ook een gedeelte ingericht voor Fiep Westendorp, de illustrator van o.a. Jip en Janneke die uit Zaltbommel kwam.

Op aardewerk en zilver staan altijd nummers en letters van makers en jaartal, die nummers en letters zijn opgenomen in boeken en zo zijn ze gemakkelijk te dateren. Mevrouw Schipper zocht vast in de boeken naar de datering zodat dat later niet veel tijd meer kostte.

Het museum in Culemborg is het oudste weeshuis in Nederland, het dateert uit 1560 en werd tot 1952 als zodanig gebruikt. Er is een prachtige tuin en de stadsmuur dateert uit 1318, die is dus 900 jaar oud.

Veel mensen verzamelen iets; blikken, iets van archeologie, bepaalde zaken uit een bepaalde tijd. Bv uit de fifties of de sixties zoals de beroemde egg chair

Voor antiek gelden drie belangrijke zaken; 1 is het stijlzuiver- uit welke periode komt het, 2 is het goed gemaakt en 3 het moet ten minste 100 jaar oud zijn.

Nu we dat weten laat Schipper wat plaatjes zien en de zaal mag zeggen of het kunst is, of kitsch. Bv enorm kitscherige engeltjes op een muiltje, vreselijk, maar wel echt Meissen porcelein. Maar de roze koekoeksklok, daar trapten we niet in. Hij liet ook drie enorm gedecoreerde vazen zien, waarvan er een van prinses Beatrix was geweest en die voor een groot bedrag werd geveild.

Naar een “knus” interieur uit de 50 er jaren is bv geen vraag, maar wel naar “luchtig” Tomado uit dezelfde tijd. Zo werd hem gevraagd eens naar de boedel van een overleden echtpaar zonder nabestaanden te kijken,” t zal wel niks waard zijn”. Maar hij haalde er o.a. een prachtige antieke wieg vandaan. Schipper liet zien wat er 100 jaar geleden zoal in huis stond. Bij rijke mensen was veel te zien, duur meubilair, serviezen, mooie gordijnen. Bij minder goed bedeelden stond er een tafel, Culemborgse stoelen, een eenvoudige kast en een oliestel. Een vlooienklap werd getoond, een kistje voor klein spul wat voor de bedstee werd gezet en tevens als opstapje diende.

Soms verandert er niets, op een schilderij uit 1425 staat een opklaptafel, in de 19e eeuw was een zelfde soort tafel nog steeds gangbaar.

Hoe weet je de tijd en de waarde van spullen. Uit de cultuurhistorie weet je dat bv vorken pas begin 18e eeuw werden gebruikt. Toen de aardappel algemeen werd kwamen vorken in gang. Elke periode heeft een eigen stijl bv Lodewijk XIV en zilver en aardewerk heeft merken.Nog iets om op te letten, een afbeelding op een bord kan geschilderd zijn of geplakt. Dat kun je met een vergrootglas zien en dan weet je, pas na 1820 kwamen de plakplaatjes. Een foto van een lamp, een snotneus, de bodem is met zwaluwstaarten aan elkaar gemaakt, dat deed men zo voor 1880. Een koperen appelketeltje. Nee, geen appel, appél, er zit een klepje op de tuit en het keteltje roept als het water kookt. Als het oud is de naad aan de onderkant gekanteeld.

Je ziet wel vaak twee hondjes ergens op de schoorsteen staan. Die zijn meestal engels en werden door zeelui meegenomen. Eigenlijk stonden die bij publieke vrouwen in het raam. Als ze naar elkaar toe stonden had ze bezoek en als je welkom was stonden ze van elkaar af.

We zagen een kannen van goudsteen, een antieke aardappelschrapmachine, een stijgbeugel met een heel dikke onderkant, daar konden hete kooltjes in tegen koude voeten. Een heel bijzondere munt, wat een medaillon bleek te zijn, een geboortelepel en kopje, een beugeltasje en een lodderijndoosje.(geurdoosje)

Na de pauze werden de meegebrachte spulletjes besproken. Zo was er een zilveren pillendoosje uit Schoonhoven daterend uit de tijd 1930-1950. Een remontoir horloge met tijdsdatering 1890-1900. Tot 1880 waren deze met sleutel om op te winden. Deze had een cilindergang met 6 robijntjes, dat was goed, want hoe meer robijntjes hoe beter het horloge.

Iemand bracht een Goudse jugendstil vaas mee uit de tijd 1900-1910 en een 19e eeuws tegeltableau met een koe erop. Een vooroorlogs unster (weegapparaat) en een Engelse tinnen theepot van zuiver tin rond de tijd van 1880-1920. Er was een soldatenkist uit de eerste wereldoorlog, originele Tom Tit. kinderboekjes met proefjes van rond 1890. Een jugendstil odeurflesje met zilver montuur van 1900-1910. Diverse schilderijtjes waarvan een één namaak Jozef Israëls, het Dalems kerkje.

Een paarse persglas asbak was best bijzonder, want daar stond een monogram op van HPC de basel die tussen 1920-1945 in Leerdam werkte.

Er was een jaren 50 klok, een echte gravure van een hagepreek in 1566. Het was een echte gravure, want je zag de moet in het papier, maar door het niet veel gevraagde onderwerp was hij geen duizenden euro’s waard. Bij de gravure van Loevestein ontbreekt de moet, dat is dus een kopie.

Verder een jugendstil bestekbak van rond 1910 twee borden uit dezelfde tijd maar helaas met plakplaatjes. Een van de borden had een ophangtouwtje. Schipper waarschuwde daarvoor, gebruik een ijzerdraadje want touw slijt en stel dat je een duur bord hebt en het touw breekt….

Er was een mooie pot van pate de ver, glaspasta. Ook een bordje van Petrus Ragout “springt niet verder dan uw stok lang is” de prijs hiervan is afhankelijk van de oplage. Dit is een vroeg exemplaar, want er staat een zgn blindmerk in het dateert uit 1850-1880.

Dan nog een Japans foto/kaarten lak album met prachtige zijdeschilderingen en een mooie Tsjechische suikerpot die onderdeel is van een compleet theeservies met 12 kop en schotels, een theepot en een melkkan.

Nog niet alles was getoond, maar de tijd was op. De voorzitter bedankt heer en mevrouw Schipper en de aanwezigen. Het was een leuke interessante avond en na een paar slecht
bezochte avonden was er eindelijk weer eens een behoorlijk aantal leden aanwezig.